Als een baby huilt, dan is er iets, punt. Baby’s huilen echt niet om je te manipuleren; wel om met je te communiceren. Het is de enige manier voor je baby om je iets duidelijk te maken en om zijn noden te kunnen uitdrukken. Het huilen gebeurt als het ware instinctief, als een reflex, wanneer je baby iets nodig heeft.

Biologisch voorgeprogrammeerd

Als je als ouder rustig en onmiddellijk het huilen beantwoordt, dan leert je baby dat hij erop kan vertrouwen dat zijn behoeften bevredigd worden. Als je het huilen interpreteert als communicatiemiddel en niet als manipulatie, dan zal je meer open staan voor het ontvangen van die signalen. Op die manier krijg je een goed inzicht in de verschillende vormen van huilgedrag. Dit wordt in de literatuur sensitieve responsiviteit genoemd.

Sensitief betekent ‘met gevoel’ en responsiviteit ‘beantwoorden’. Vertaald betekent het dus dat je gepast en snel reageert op de signalen van je kind. Dit zorgt voor vertrouwen en bereikbaarheid, de voorwaarde voor een veilige hechting tussen ouder en kind. Hoe sensitiever de ouder wordt op de signalen van de baby, hoe beter de baby leert om zijn noden uit te drukken. Dit is de start van een goede communicatie tussen ouder en kind (John Bowlby, psychiater).

Actie-reactie

Wanneer een baby huilt, reageert moeders lichaam automatisch op het signaal. We zijn biologisch gezien geprogrammeerd om onmiddellijk te reageren op de noden van onze baby’s. Bij het horen van gehuil, stijgt het oxytocine niveau, wat resulteert in het lekken van moedermelk. Ook het prolactine niveau gaat omhoog, waardoor we een drang krijgen om de baby op te pakken en te voeden. Het is dus geen fabeltje dat je borsten beginnen te lekken als je baby begint te huilen.

Ook tijdens het voeden komen de hormonen oxytocine en prolactine vrij, waardoor het stresshormoon cortisol daalt bij zowel moeder als kind. Wanneer je het huilen negeert, zal je je als moeder slecht voelen, omdat we biologisch voorgeprogrammeerd zijn om ons slecht te voelen en actie te ondernemen.

Elli, 4 weken oud

Het “gecontroleerde” huilen

De methode van het gecontroleerde huilen is rond 1850 ontstaan als slaaptraining en was bedoeld voor baby’s van ouder dan zes maanden. Er bestaan verschillende varianten op deze methode, maar in feite komen ze allemaal op hetzelfde neer: je baby gedurende een bepaalde tijd laten huilen zonder op te treden. Ook vandaag beweren veel ‘deskundigen’ dat het geen kwaad kan om je pasgeboren baby gecontroleerd te laten huilen omdat er geen bewijs is dat er schade ontstaat. Let op: ‘geen bewijs van schade’ is niet hetzelfde als ‘bewijs van géén schade’. Er schuilt wel degelijk gevaar in deze methode.

Het laten huilen van je baby zorgt voor stress, dat is wetenschappelijk bewezen. Stress zorgt voor een verhoogde hartfrequentie, lichaamstemperatuur en bloeddruk. De kans op wiegendood is hoger bij stress. Ook op langere termijn kan stress veranderingen veroorzaken in de hersenontwikkeling van het jonge kind, wat effect heeft op het geheugen, alertheid en emoties. Bovendien is de kans groter op angststoornissen of depressie op latere leeftijd. Zeggen dat het geen kwaad kan, klopt dus niet!

Maar ik wil geen verwend kind

Een baby kàn je niet verwennen. Om iemand te verwennen, moet die persoon zich bewust zijn van eigen daden en inzicht hebben in oorzaak-gevolg. Een baby heeft dit nog niet! Je baby heeft honger, pijn, een vuile luier, nood aan een knuffel, of is moe. Door te huilen, geeft je baby aan dat hij iets nodig heeft. Het is niet meer dan logisch en normaal dat als je de oorzaak van het huilen wegneemt, je kind rustig wordt. Hoe beter die afstemming in de vroegste levensfase gebeurt, hoe beter kinderen zichzelf later kunnen reguleren en rustig maken. Ze hebben een voorbeeld nodig, JIJ dus. Telkens je reageert op je de signalen, groeit de zekerheid bij het kind dat het in orde komt. Dit is dus belangrijk en zelfs nodig voor de ontwikkeling van het kind.

Wil dat dan zeggen dat ik moet toegeven aan elke wens van mijn kind? De eerste maanden zou ik zeggen: JA. Wat je kind wil, is wat hij nodig heeft. Daar mag je echt op vertrouwen. Pas rond de leeftijd van 9 maanden kan je iets langer wachten om te reageren, door gedrag te benoemen en te vragen of je kind eventjes wil wachten. Dit is erg verschillend van kind tot kind, dus als je kind er nog niet klaar voor is, hoef je dit niet te forceren. Streng zijn hoeft ook niet. Het zal makkelijker en beter gaan wanneer je kind de taal beter begrijpt. Je zal zelf intuïtief wel aanvoelen wanneer het kan om je kind iets langer te laten wachten omdat dan ook de manier van wenen verandert. Stilaan zal je kind beter worden in co-regulatie en uiteindelijk in zelf-regulatie.

Onthou dit

Elk zoogdier roept om zijn moeder als hij iets nodig heeft. Geen enkele moeder negeert die roep van haar jong, behalve wij mensen. Omdat wij denken dat we het beter weten…

En ook nog dit: het is niet omdat je sensitief reageert op signalen, dat je alles geeft wat je kind wil. Dat is een ongezonde opvoedingsstijl. Als je kind huilt, reageer je. Al naargelang de leeftijd is die reactie anders. Bij pasgeboren baby’s geef je wat je baby wil en dus nodig heeft. Bij peuters of kleuters reageer je gepast op de situatie die zich voordoet, bijvoorbeeld door grenzen te stellen, emoties te benoemen, of hem manieren aan te leren om om te gaan met eigen emoties of om de eigen behoeften te leren bevredigen (van co-regulatie naar zelfregulatie).

Meer in deze reeks

 Lees meer