Het heeft even geduurd voor ik de techniek van het dragen helemaal beet had, maar nu ben ik grote fan! De draagdoek is hier onmisbaar geworden.

In het begin was het echt zoeken, ik deed hem vaak te los aan, waardoor Elli steeds naar beneden zakte, wat me rugpijn opleverde. Het is wat uitproberen, want deed ik hem – naar mijn gevoel – te strak, begon ze te zeuren. Nu weet ik dat ze gewoon moest wennen aan het principe. Beter te strak dan te los in elk geval! En ze vindt het heerlijk nu. Gisteren liepen we zo nog samen door de Ikea. Geen gedoe met maxicosi of wandelwagen, en je hebt je handen vrij om te shoppen!

Deze draagdoek hebben wij als startersdoek: Babylonia tricot Slen. Ideaal voor newborns, gemakkelijk om aan en uit te doen.

De kikkerhouding is erg belangrijk voor een ergonomische houding

Geborgenheid door te dragen

Elli valt moeilijk in slaap. Het is een echt aapje op dat vlak: ze wakker te slapen leggen werkt echt niet. Ze begint te huilen en huilen wordt krijsen. En voor je het weet is ze oververmoeid en is het hek helemaal van de dam. Beter voorkomen dus! Bij de eerste vermoeidheidssignalen nemen we de doek boven. Het kan zijn dat ze nog even wat zeurt, maar meestal valt ze vrij snel in slaap. Zij tevreden en ik ook tevreden. Want wat is er nu heerlijker dan zo dicht bij elkaar te zijn?

De draagdoek zorgt voor een zalig gevoel van geborgenheid en draagt bij tot een veilige hechting, zorgt voor minder huilen en het is zelfs een preventieve maatregel tegen wiegendood. Het zorgt voor een verlenging van het baarmoedergevoel. Een baby is echt graag geborgen en is niet graag op zijn eentje. Wat wil je? Een baby kan helemaal nog niets zelfstandig en komt ‘onaf’ ter wereld.

Biologische ontwikkelingsmodellen

Als we het even biologisch bekijken, kunnen we drie ontwikkelingsmodellen onderscheiden bij dieren:

  1. Jongen die geboren worden zonder vacht en met gesloten ogen. Ze blijven lang in het nest, zoals muizen of katten. Ze zijn meestal met meer. De moeder verlaat het nest om voedsel te zoeken. De jongen zijn het gewend alleen te blijven.
  2. Jongen die zelfstandig geboren worden en onmiddellijk kunnen meelopen met de moeder of de kudde, zoals paarden en vossen.
  3. Het jong is niet zelfstandig en heeft een constante aanwezigheid van de moeder nodig. De moeder draagt haar jong bij haar, zoals de apen. De moeder reageert onmiddellijk op het kleinste alarmsignaal van het jong.

En tot welke groep hoort het mensenkind denk je? Juist, die derde groep.

Maar we handelen vaak alsof we tot die eerste groep behoren, door baby’s in hun wieg of bed (hun nest) te leggen. Een kind is het niet gewend om lang alleen te blijven. Door het dragen van je baby voelt hij zich veilig en is er in principe ook altijd voedsel in de buurt: moedermelk. Moedermelk is licht verteerbaar en voor een korte tijd verzadigend. Daarom heeft hij zeer vaak voeding nodig (8-12 keer per dag) en is het logischer dat hij gedragen wordt.

“Je verwent je baby als je hem zoveel draagt”.

Daar geloof ik niet in. Sinds mensenheugenis worden kinderen gedragen en dit wordt nog steeds in heel veel culturen gedaan. Tijdens de zwangerschap werd hij gedragen en gekoesterd, waarom zou dit na de bevalling plots moeten stoppen? Een baby heeft niet alleen nood aan voeding maar heeft ook “huidhonger”. Door te knuffelen en te dragen zal hij zich mentaal en fysiek beter ontwikkelen.

 Ik ben in elk geval overtuigd! 

Meer lezen?

Draagdoeken voor moeders en baby’s (Kenniscentrum Borstvoeding)

Boek: Sendor, Magdalena (2009). Draag je kind.