Na 9 maanden van geborgenheid komt je baby eindelijk ter wereld. Hij is negen maanden gekoesterd, had het lekker warm, en kreeg een constante toevoer van voeding. En plots valt dat allemaal weg. Je kan ervoor kiezen de overgang de eerste maanden (en langer) zo geleidelijk mogelijk te laten verlopen. Na de geboorte heeft je kind veel nood aan huid-op-huidcontact en een veilig, geborgen gevoel. Je baby dragen kan de ideale oplossing zijn om aan deze nood tegemoet te komen.

Waarom dragen?

Dragen is leuk voor je baby: er is geen leukere en veiligere plek dan dicht bij mama of papa. Je baby kan snel aangeven wanneer hij honger heeft, kan gemakkelijk getroost worden en kan lekker in slaap dommelen. Ook bij krampjes of reflux biedt dragen een oplossing.

En natuurlijk is dragen ook gewoon heel erg gemakkelijk om je buiten te verplaatsen! Ik schreef er al een eerder kort artikel over: Durf te dragen!

Dragen is goed voor de hersenontwikkeling

Babydragen is niet alleen leuk, maar ook goed voor je kind. Bij de geboorte bezit je baby ongeveer 25% van de uiteindelijke hersencapaciteit. Tijdens de eerste twee levensjaren groeien die hersenen in een sneltempo, waarna de ontwikkeling nog zo’n 20 jaar doorgaat. Als ouder heb je een grote invloed in hoe die hersenen zich ontwikkelen. Hoe beter aan de babybehoeften wordt tegemoet gekomen, hoe meer verbindingen in de hersenen worden aangemaakt.

Er zijn drie elementen onontbeerlijk: lichaamscontact, snel en adequaat reageren op signalen en een positieve interactie met je baby (bijvoorbeeld ook door borstvoeding). Het dragen van je baby komt aan al deze voorwaarden tegemoet. Hierdoor zullen de verbindingen in de hersenen rijker worden ontwikkeld. Stress en overprikkeling hebben een negatieve invloed op de hersenontwikkeling. Een jong kind kan zichzelf nog niet troosten en heeft een ander daarvoor nodig.

Dragen is goed voor de heupontwikkeling

Ten minste, als je op een ergonomische manier draagt.  De heupen van je baby ontwikkelen zich gedurende de eerste twee levensjaren. De heupen bestaan in het begin volledig uit kraakbeen en groeien uit tot een kom van bot. Om dit te bekomen is een juiste druk en houding nodig. Daarom is het belangrijk dat de beentjes van je kind zich gespreid in kikkerhouding bevinden. Dit is de meest natuurlijke houding en je zal zien dat je baby deze houding automatisch aanneemt. Ook het bollen van de rug draagt hiertoe bij.

Er zijn dragers op de markt die hier geen of weinig rekening mee houden, dus let hier voor op. Als de benen van je baby naar beneden getrokken worden, of de rug te recht gehouden wordt (of hol), kantelt het bekken naar achteren. Hierdoor kan de heupontwikkeling negatief beïnvloed worden. Dat is ook de reden waarom wieghouding in een doek en inbakeren afgeraden worden.

Ergonomisch dragen = breed dragen

Dragen is goed tegen krampjes of reflux

Alle baby’s hebben wel eens last van krampjes of reflux, wat erg ongemakkelijk is voor je baby. Een draagdoek kan dan snel verlichting geven. Door je baby lang rechtop te houden, zal de reflux minder sterk of niet meer optreden. Je kan je baby ook gewoon vasthouden, maar dat wordt al gauw te zwaar.

Met een doek kan je je baby uren dragen zonder dat je er zelf last van krijgt. Ook bij krampjes is de draagdoek een goed hulpmiddel omwille van de buik-tegen-buik darmmassage terwijl je wandelt. Door de ritmische op-en-neerbeweging duwen de knietjes zacht tegen de buik, wat goed is voor de spijsvertering.

Dragen is goed voor quiet alertness

Baby’s die erg dicht bij mama of papa zijn, zijn vaker in een toestand van ‘quiet alertness’. Dit betekent dat je baby rustig en alert de wereld om zich heen kan ontdekken. Dit is de beste manier voor een baby en kind om te leren, omdat ze dan visueel en auditief alerter zijn dan wanneer ze ergens alleen liggen. Door je baby dicht bij je in de buurt te hebben, pikt het ook makkelijker en sneller beelden en geluiden op van de omgeving. Ook als ouder profiteer je ervan; je leert snel en gemakkelijk je baby kennen, waardoor je sneller op signalen kan reageren.

Veilig dragen

Enkele tips om veilig te dragen met een draagdoek of drager:

  • Draag je kind altijd rechtop met zijn gezicht naar je toe (niet liggend of naar voren)
  • Draag je kind goed aangespannen in de doek en niet te laag (op kus-afstand)
  • Zorg voor ondersteuning van knie tot knie (optimale spreiding)
  • Zorg voor een ademruimte tussen kin en borst van je kindje (ongeveer 2 vingers)
  • Bedek het gezicht van je kind niet volledig met de doek (stikkingsgevaar)
Dragen met een bolle rug en gespreide beentjes – per leeftijd

Hulpmiddelen om te dragen

Er bestaan heel wat dragers en draagdoeken op de markt. De ene is al wat ergonomischer dan de andere. Ook zijn er heel wat verschillende soorten ergonomische doeken en dragers. Wat voor jou de ideale drager is, is erg persoonlijk. De soorten dragers op een rijtje:

  • rekbare knoopdoeken (ideale beginnersdoek, zoals Babylonia Tricot Slen)
  • geweven knoopdoeken (meer mogelijkheden, draagkrachtiger)
  • slings (over 1 schouder)
  • aziatische doeken (zeer veelzijdig, zoals de Mei Tai)
  • torsodragers (niet over de schouders)
  • ergonomische dragers (voorgevormd)

Meer in deze reeks

Lees meer