Onlangs kwam ik op Pinterest deze poster van Apetrotsekinderen tegen over hoe je het zelfvertrouwen bij jonge kinderen kan vergroten. Eerder schreef ik al dat we proberen om onvoorwaardelijk op te voeden, al vinden we dat niet zo evident. Ik merk dat de complimenten of de nee’s als vanzelf uit mijn mond glippen. Omdat we het gewoon zijn om zo te communiceren met jonge kinderen. Zonder straffen, dat lukt wel. Zonder belonen vind ik heel wat lastiger! Daarom nog eens dit overzicht, in eerste plaats als reminder voor mezelf!

Nadelen van belonen

Extrinsieke motivatie

Belonen is eigenlijk net hetzelfde als straffen maar dan op een leukere manier. Je oefent invloed uit op het gedrag van je kind. Intrinsieke motivatie (je kind doet iets uit zichzelf) is veel belangrijker dan extrinsieke motivatie (je kind doet iets omdat het iets krijgt, zoals een sticker of een compliment). Op die manier manipuleer je dus zijn gedrag in plaats van dat het gedrag uit het kind zelf komt.

Laag zelfbeeld

Als een kind heel erg vaak beloond wordt of “bravo’s”, dan maak je ze op lange termijn afhankelijk van de goedkeuring van een ander. Kinderen die uit zichzelf al onzekerder zijn, zullen steeds meer hengelen naar complimentjes en zullen alleen maar onzekerder worden als het dan toch niet lukt. Bijvoorbeeld: Je kind maakt een tekening en jij zegt “oh wat mooi!”. Bij elke tekening zal je kind een complimentje verwachten zodat het zich niet gefaald voelt. Wanneer je kind dan ergens iets minder goed in is, dan kan dat voor een laag zelfbeeld zorgen en niet meer willen proberen. Omdat hij het gevoel heeft dat hij het toch niet kan. Waarom nog proberen?

Prestatiegericht

Wanneer je kind geen complimenten meer krijgt over zijn gedrag, is de kans groot dat hij hiermee zal stoppen. Want hij krijgt toch geen beloning meer. Het resultaat wordt dan belangrijker dan het proces. Het doel van opvoeden is dat je kind uit zichzelf dingen gaat doen. En dat bereik je niet door het resultaat te belonen. Bijvoorbeeld: “Bravo! Je bordje is leeg. Wat ben je een flinke jongen”. Dan lijkt het alsof hij niet flink is wanneer hij zijn bord niet leeg eet. Misschien heeft hij geen honger, of voelt hij zich niet lekker. Door te belonen ga je voorbij aan de oorzaak van het gedrag. Wat niet wil zeggen dat hij wel een dessert moet krijgen, natuurlijk. Dat is hier niet het punt.

Hetzelfde geldt voor complimenten die gaan over de persoon zelf: “wat ben jij een slimme meid” of “jij kan zo goed puzzelen”! Hiermee leert je kind dat presteren belangrijker is dan het proces. “Ik moet me bewijzen, want anders vinden ze me niet goed.” Dit kan tot faalangst leiden en het gevoel dat hij moet presteren.

Maar hoe dan wel?

Zelfvertrouwen bevorderen

Procesgebonden: focus op het gedrag

In plaats van de persoon of het resultaat te beoordelen, is het beter voor het zelfvertrouwen om het proces of het gedrag te benoemen. Als jij zegt “oh, wat een mooie tekening”, dan laat je geen ruimte voor het kind om zelf na te denken wat hij van zijn tekening vindt. Op die manier blokkeer je meteen de mogelijkheid om erover te praten. De tekening is mooi, dus da’s goed.

Zelfbeoordeling

We hechten vandaag de dag veel belang aan kritisch denken en zelfinzicht. Om dat te bevorderen is die ruimte tot discussie wel belangrijk. Wat vind je kind zelf van zijn tekening? Hoe is hij tot het idee gekomen? Misschien is het resultaat niet het gewenste resultaat, maar heeft je kind wel erg hard gewerkt en lang geprobeerd. Is dat niet veel belangrijker? Door gerichte vragen te stellen, komt je kind zelf tot een inzicht.

Enkele tips van Apetrotsekinderen (letterlijk overgenomen):

  • Maak het persoonlijk: ‘Wat handig van jou bedacht om dat zo op te lossen’.
  • Geef een beschrijving (en geen oordeel): ‘Ik zie dat je wolken en bloemen hebt getekend en een vlag. Hoe heb je dat bedacht?’
  • Benoem het proces (en niet het resultaat): ‘Je hebt hard gewerkt en steeds doorgezet toen je geen zin had om te oefenen’.
  • Geef een compliment over de eigenschappen (niet de talenten) van je kind: ‘Wat fijn dat je Bas jouw potlood gaf, wat was je behulpzaam’. Complimenteer op iets wat jij leuk vindt van jouw kind hoe hij is.
  • Laat je kind zichzelf een compliment geven. Dit doe je door hem deze vraag te stellen: ‘Hoe vind je het van jezelf dat je ….’. Bijvoorbeeld: ‘Hoe vind je het van jezelf dat je bent weggelopen en niet hebt geschopt, toen je zo boos was?’
  • Bedenk steeds of het compliment je kind helpt of juist afhankelijker maakt van jouw goedkeuring. Zeg ‘Jij kunt met veel verschillende kinderen spelen’ in plaats van ‘Wat goed dat je haar ook eens een keer hebt gevraagd om te spelen’.

Conclusie

In plaats van “bravo!” of “wat ben jij een flinke meid” kan je beter het gedrag of proces benoemen. Complimenten geven mag, natuurlijk, maar het is de vraag wat je ermee wil bereiken. Als ik trots ben, mag ik dat zeker laten zien! Het is enkel de manier waarop, zonder oordeel. Zeker niet gemakkelijk, want ik merk dat de waardeoordelen er diep ingebakken zitten!

Om een eigen voorbeeld te geven: Elli doet haar behoeften vaak op het potje, maar echt zindelijk is ze nog niet. In plaats van “bravo!” te zeggen als ze pipi deed, zeggen we: “oh Elli, kijk, pipi in je potje!”. En dan is ze erg trots! Het is ook helemaal niet erg als het potje leeg is. Dan proberen we het later gewoon opnieuw.

Lees meer

Boek: How2talk2kids: effectief communiceren met kinderen (Adele Faber)

Artikel: Zo geef je complimenten die het zelfvertrouwen versterken (Apetrotsekinderen)