Ik ben twee en zeg nee…  Wie kent deze uitspraak over de peuterpuberteit niet? Tussen 1,5 en 4 jaar maakt een peuter grote sprongen in zijn ontwikkeling. Je peuter ontdekt wie hij is en wordt steeds zelfstandiger. Die weg naar zelfstandigheid is niet gemakkelijk, de prefrontale cortex is nog volop in ontwikkeling. Driftbuien zijn het gevolg. Je denkt misschien dat je kind abnormaal is, maar dit is het niet. Krijsen, slaan, roepen, zich op de grond laten vallen… allemaal normaal peutergedrag.

Meer hierover kon je in het vorige artikel lezen: Het nut van driftbuien bij peuters, een evolutionair perspectief. Als je het nog niet gelezen hebt, doe dat dan eerst. Hieronder komt het vervolg!

Is je kind een paardenbloem of orchidee?

In het boek “De evolutie van een kind” wordt een vergelijking gemaakt met kinderen als paardenbloemen en orchideeën. We weten nu dat het DRD4 gen een belangrijke invloed heeft op de peuterpuberteit. Kinderen met een korte variant van dit gen, vertonen ‘normaal’ peutergedrag. Kinderen met een lange variant zijn plastisch. Ze vertonen alleen probleemgedrag als de ouders hen op een niet-sensitieve manier opvoeden. Wanneer ouders empathisch en geduldig zijn, dan komt het probleemgedrag veel minder voor. Dit is dus een ontzettend belangrijke factor. Niet alleen het gen, maar vooral ook de opvoedingsstijl van ouders is van cruciaal belang.

Ik citeer uit het boek:

Kinderen met het lange gen zijn orchideeën: zorg je goed voor ze, dan komen ze prachtig tot bloei; zorg je niet goed voor ze, dan blijft er niets anders over dan een kaal steeltje. De kinderen met het korte gen zijn paardenbloemen: deze kunnen overal groeien, in de berm, op een vuilnisbelt, maar ook in een prachtige wei. Toch zullen paardenbloemen altijd minder floreren dan een goed verzorgde orchidee. (…) Orchideeën kunnen floreren, als ze maar genoeg positieve aandacht krijgen.

Sensitief opvoeden is belangrijk

Als je je kind sensitief opvoedt, dan hoef je je dus geen zorgen te maken. Zowel kinderen met het korte als het lange gen hebben hier baat bij. Je hoeft geen DNA-test af te nemen om te weten welke variant je kind heeft, dat zal je zelf wel doorhebben.

Ik ben er zeker van dat Elli een orchidee is. Ze had het heel moeilijk toen ze 1,5 was. Krijsen, slaan, zich op de grond smijten… Ze is erg beïnvloedbaar en ze reageerde erg goed op een kalme, sensitieve aanpak. We verloren zelf ook al wel eens ons geduld, maar door zelf te roepen werd het alleen maar erger. De driftbuien kwamen en gingen,, met ups en downs. Soms een paar weken niks, dan meermaals per dag. Het waren een paar moeilijke maanden voor haar, maar daarna was die fase gepasseerd. Ze kon zich beter uitdrukken en werd steeds mondiger. We lieten haar – en laten haar nog steeds – ook echt veel zelf doen. We merken dat dit haar zelfvertrouwen een boost geeft.

Liz is een veel rustigere baby als Elli, minder gevoelig, dus ik verwacht dat zij eerder een paardenbloem wordt. Wat niet wil zeggen dat ze geen kwaliteiten heeft of minder is. Ze is alleen rustiger, gemiddelder, minder excentriek. Ten minste, zo interpreteer ik het citaat.

Intermezzo: wat is sensitief opvoeden?

Sensitief opvoeden betekent dat je rekening houdt met de behoeften van je kind. Je probeert je kind te begrijpen vanuit de achterliggende noden. Een kind dat vervelend gedrag stelt doet dat meestal om een reden. Je kan dat negatief gedrag bestraffen, maar je kan ook nadenken over de achterliggende reden en daarop reageren. Sensitief betekent dat je de signalen van je kind herkent, juist interpreteert en er dan effectief op reageert. Hierdoor voelt je kind zich begrepen, het geeft vertrouwen in jouw als opvoeder. Je kind voelt dat je er onvoorwaardelijk bent voor hem/haar, ongeacht de situatie. Dit is erg belangrijk voor een veilige hechting.

Onvoorwaardelijk reageren op een driftbui

Een peuter in een driftbui kan zichzelf moeilijk kalmeren en kan niet meer nadenken. Zijn prefrontale cortex is nog niet ontwikkeld en is op dat moment niet raadpleegbaar. Dat lukt pas weer als hij kalm is. Belangrijk is dus dat je eerst zelf kalm bent om vervolgens je peuter te kunnen kalmeren. Blijf ook bij je kind. Dit is belangrijk voor hem om te weten dat hij altijd op jou kan rekenen, ook als hij het moeilijk heeft. Want hij doet dit echt niet om jou te pesten. Als je peuter merkt dat hij gehoord wordt, en dat hij op jou kan rekenen, zal hij ook sneller rustig worden.

Geef een time-in in plaats van een time-out

Wat ik altijd deed, was op een afstand in dezelfde ruimte gaan zitten. Soms werd ze dan heel boos dat ik ging zitten, maar ik bleef gewoon zitten in haar buurt. Niet te dicht, maar wel in dezelfde ruimte. Tot ze uitgeraasd was en terug aanspreekbaar werd. Het heeft meestal ook geen zin om te vragen om te stoppen met huilen of krijsen, want dat dringt op dat moment niet door. Huilen is ook een effectieve manier om te ontladen, dan is alles eruit. Opkroppen van gevoelens heeft ook geen zin. Even uitzitten is dan het beste wat je kan doen. Een time-in wordt dit genoemd (in plaats van een time out, waarbij je je kind in de hoek zet). Meestal kwam ze – na enige tijd – zelf naar me toe, en kon ik haar vastpakken of knuffelen. Eens de situatie weer helemaal rustig is, kwam ik erop terug. Ik benoemde wat er gebeurd was en liet haar ook haar eigen verhaal vertellen.

peuterpuberteit

Bijvoorbeeld

Elli wou de straat oversteken, terwijl was afgesproken dat ze me een hand zou geven. Ze weigerde dit, waarop ik haar tegenhield en vastgreep. En toen kreeg ze een driftbui. Eenmaal op een veilige plek liet ik haar kalmeren. Nadien deed ik de terugkoppeling: “Elli was boos. Je wou alleen naar de auto stappen, maar dat kan niet. Hier rijden heel veel auto’s. Omdat je geen hand wou geven, heb ik jou gepakt en meegenomen naar de auto. Toen werd je heel boos”. En dan vertelde ze haar eigen verhaal en verwerkte ze het. Die terugkoppeling is belangrijk om inzicht te creëren. Om te doen begrijpen waarom je iets niet kan of mag. Je verduidelijkt je grens. Ookal begreep ze het misschien nog niet helemaal, ze werd wel serieus genomen.

Na een driftbui, is het belangrijk je kind even te laten rusten, of te laten eten! Zo’n driftbui kost namelijk heel wat energie.

Werk naar een oplossing

Bij probleemgedrag (voor het tot een driftbui komt – dan is het te laat), is het belangrijk om een alternatief voor te stellen. Door te straffen, creëer je een schuldgevoel. Hij gaat zich slecht voelen en zich tegen ons keren. In plaats van dat hij leert waarom iets niet kan, zal zijn eerste reflex zijn bij ongewenst gedrag: hoe ontloop ik een straf? Daar leert hij dus niets uit. Een alternatief kan zijn in hetzelfde voorbeeld van de auto: “ofwel geef je mama een hand, ofwel laat je me je pakken. Je kan niet alleen de straat op, dat is te gevaarlijk”. In het begin lukte dat niet, driftbui! Maar de volgende keer gaf ze me gewoon een hand of liet ze me haar vastpakken.

Onvoorwaardelijk ouderschap

Niet alleen tijdens een driftbui, maar in alle situaties is het belangrijk om er onvoorwaardelijk te zijn voor je kind. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van zijn prefrontale cortex. Door zelf empathisch, geduldig, vriendelijk, respectvol en eerlijk te zijn zal je kind dit overnemen. Dit is belangrijk voor zijn ontwikkeling, en levert ons dus evolutionair gezien heel wat voordelen op.

We zijn in die periode ook heel erg de emoties gaan benoemen en gaan naspelen (op een gewoon rustig moment). Het boek “Vrolijk” van Mies Van Hout hielp hier enorm bij. Het hielp haar om de emoties beter te begrijpen en zelf ook te benoemen. Ze kan zelf heel goed aangeven ondertussen hoe ze zich voelt.

De voordelen van de peuterpuberteit

Autonomie, beslissingen maken, prioriteiten stellen, zelfinzicht hebben, zich inleven in een ander, … allemaal belangrijke vaardigheden die ons een belangrijk evolutionair voordeel opleveren in vergelijking met andere diersoorten. Denk hieraan als je peuter een driftbui heeft, misschien helpt dat om zelf ook rustig te blijven! De voordelen:

  1. je kind leert zelfstandig worden, en dat gaat niet zonder slag of stoot – letterlijk in dit geval. Het gevoel van zelfstandigheid gaat gepaard met geluk. Als je zelf iets mag beslissen of doen, dan voel je je gewaardeerd en bevestigd.
  2. de ontwikkeling van een eigen identiteit.”Nee” en “van mij” zijn daar een voorbeeld van: de peuter is egocentrisch en leert zichzelf centraal te stellen. Ook dit is belangrijk in de ontwikkeling van het ‘ik’.
  3. je kind zoekt eigen grenzen en die van een ander op. Hoe ver kan ik gaan? Hierdoor leert je kind wat kan en niet kan, het leert hoe we leven, wat sociale regels zijn, wanneer er gevaar is. Dit is belangrijk in de weg naar zelfstandigheid.

Andersom stelt Annemie Ploeger dat  een peuter die geen peuterpuberteit doormaakt of hierop negatief wordt aangesproken later een grotere kans kan hebben op een negatief zelfbeeld, depressie of angst, omdat hij niet geleerd heeft om voor zichzelf op te komen of zichzelf centraal te stellen. Dit is nog onvoldoende onderzocht.

Peuters zijn ook gewoon lief en leuk!

Die peuterpuberteit kan ook net erg leuk zijn! Elli wil bijvoorbeeld heel graag helpen bij alles wat ik doe. Ook dit is een drang naar autonomie en de ontwikkeling van het eigen ik. Ook al kost het meer tijd, het is belangrijk en goed om je peuter te betrekken bij dagdagelijkse dingen zoals eten maken, poetsen, naar de winkel gaan, enzovoort. Hierdoor voelen ze zich bevestigd in hun waarde, en dat willen we allemaal, niet?

Met papa de luiervellen sorteren

Ook interessant

Liefdevolle begrenzing en Je kind beter begrijpen van Loïs Eijgenraam (2016)

Luisteren naar kinderen van Thomas Gordon (2015)