Eindelijk had ik deze zomer tijd om de opvoedklassieker van Thomas Gordon te lezen, die al lange tijd op mijn must read lijst staat. In het boek “Luisteren naar kinderen” legt de psycholoog uit hoe je effectief kan communiceren met je kinderen en conflicten binnen het gezin kan oplossen, op een niet-autoritaire manier. Super interessante lectuur, en een aanrader voor elke ouder of opvoeder. Ik ga er (nog) niet te diep op in, ik heb het nog niet uitgelezen. Maar het boek deed me terug stilstaan bij het gegeven dat wij ouders ook maar mensen zijn. Ik verkondig dat zelf vaak, maar merk in de praktijk dat ik toch vaker dan ik wil verval in voorwaardelijk spreken. En dat is nu net waar onvoorwaardelijk ouderschap niet om draait.

Mijn kind luistert niet! 

Stoppen met opvoeden, dat klinkt wel drastisch. Maar dat is het niet. Wat ik ermee bedoel is dat we niet mogen vergeten om in de eerste plaats mens te zijn. Want dat zijn we, en die kinderen van ons ook. Kinderen zijn geen puppy’s, zoals Jurgen Peeters stelt (ook nog steeds op mijn must read lijst)en hoeven niet afgericht te worden. Dat vergeten we wel eens. Goed gedrag belonen met een sticker of aandacht, ongewenst gedrag negeren of afstraffen. Dat is wat we overal lezen, horen, en zien en wat ‘opvoeden’ in onze maatschappij hoort te zijn. Door te belonen en straffen, stuur je je kinderen in een bepaalde richting en maak je het afhankelijk van jouw (of iemand anders’) goedkeuring. Een laag zelfbeeld kan daar eveneens een gevolg van zijn. Niet straffen heb ik nooit moeilijk gevonden, niet belonen is een grotere uitdaging. In het artikel Stop met belonen: boost het zelfvertrouwen van je kind lees je hoe wij dat aanpakken. En dat werkt!

Het gedrag sturen in een wenselijke richting wordt in de psychologie conditionering genoemd (je weet wel, met die hond van Pavlov). Maar daarmee hou je geen rekening met de gevoelens van je kind. Onze kinderen zijn inderdaad geen puppy’s die je dient af te trainen. Maar mensen met emoties, en emoties mogen moeten er zijn. Kinderen leren volop hoe ze hun gevoelens dienen te reguleren. Dat peuters driftbuien hebben, is daar een voorbeeld van. Het is kortsluiting in hun hoofd, omdat ze hun emoties nog niet te baas kunnen. Die driftbuien zijn erg nuttig, in de ontwikkeling van je peuter, maar ook vanuit een evolutionair perspectief. Als je dit negeert of bestraft, geef je het signaal dat de emoties er niet mogen zijn, of erger: dat je de persoon achter het gedrag niet accepteert. Sensitief reageren op driftbuien is daarom veel interessanter dan het negeren of bestraffen. Waarom, en vooral hoe precies, lees je in Peuterpuberteit | hoe kan je sensitief reageren op driftbuien?

Droevig, boos, gefrustreerd. Hoe zorg je ervoor dat je kind naar je luisert? Pleidooi voor menselijk ouderschap

Pleidooi voor menselijk ouderschap

We zijn mensen dus, en reageren op elke situatie anders. Onze gevoelens veranderen voortdurend, en dat is oké. Als je eerlijk bent met jezelf, dan moet je toegeven dat je nu eens wel en dan eens niet bepaald gedrag van je kind verdraagt. Ten minste, dat is hier zeker het geval! Of ik iets accepteer of ‘aan’ kan, hangt van zoveel factoren af. Als ik moe ben, stress heb, of net heel goed geslapen heb, dan zal ik anders reageren. En weet je: dat is helemaal oké. Meer nog: dat is perfect menselijk. Consequent zijn is daarom een moeilijk en bijna onhaalbaar ideaal. Dat is wat Gordon in de inleiding vertelt. Mensen zijn emotionele wezens, mijn man en ik zijn anders, en ikzelf voel me ook anders van dag tot dag. Dus reageren we ook anders op wat onze kinderen doen. Toen ik dat las, voelde ik een opluchting!

Je hoeft dus ook niet als ouders consequent aan één zeil te trekken, zoals zo vaak wordt gezegd. Gelukkig, want dat lukt hier niet! Mijn man heeft soms andere ideeën of meningen dan ik, en dat is dus helemaal oké. Door één front te vormen, belandt je automatisch in 2-tegen-1 wat eigenlijk heel onrechtvaardig is. Het is ook oké om soms wel bepaald gedrag te accepteren en soms niet. Zolang je er maar open in bent en jouw eigen emoties vertaalt naar je kind, is dat menselijk en zelfs waardevol om mee te geven.

Allemaal goed en wel denk je, maar, mijn kind luistert niet. Wat moet ik dan?

Ik- en jij- boodschappen

Ik geef een voorbeeld. Je kind stelt een bepaald gedrag. Jij accepteert dat gedrag – of niet – en reageert daarop.

Bijvoorbeeld: je kind roept (gedrag). Jij vindt dit vervelend (oordeel). Mogelijke reactie: ik vind het vervelend dat je roept, ik krijg hoofdpijn.
Of nog: je kind laat zijn kleren op de grond liggen (gedrag). Jij vindt het kind slordig (oordeel). Mogelijke reactie: als je je kleren op de grond laat liggen, moet ik dat straks opruimen maar ik heb nog veel ander werk in het huishouden. Ik heb daar nu geen tijd voor.

Alles wat je kind doet (gedrag), kan je accepteren of niet accepteren. Je vindt het bijvoorbeeld wel oké dat je kind tv kijkt wanneer jij aan het koken bent (acceptatie), maar als de tv zo luid staat dat jij er last van hebt, dan accepteer je dit niet. Het gedrag is hetzelfde: het kind kijkt tv. Wanneer je welk gedrag accepteert, hangt van verschillende factoren af, maar dus ook van je eigen gemoedstoestand. Soms vind je het misschien niet erg om de rommel van je kind op te ruimen, op een andere dag maak je er echt een punt van. Wellicht omdat je zelf moe bent. Een mogelijke reactie is dan: de tv staat te luid voor mij, zo kan ik me niet concentreren op het koken. Als ik moet stoppen met koken, is er zo meteen geen eten op tafel.

Praat met je kinderen zoals je zelf wil aangesproken worden.

Probeer het gedrag van je kind los te koppelen van je kind zelf (zijn persoon). Door jij-boodschappen te gebruiken (jij bent stout, jij maakt rommel, jij doet niet wat ik vraag, …) leg je de schuld bij je kind. Hij kan deze boodschappen interpreteren alsof jij hem niet – helemaal – accepteert. Dit lijkt evident, maar de meeste antwoorden die we geven bevatten vaak toch onbewust een oordeel in over de persoon.

Een voorbeeld: stel dat je een vriend op bezoek hebt die zijn voeten op jouw nieuwe stoel legt. Dan zou je wellicht niet zeggen:
– haal nu je voeten van de stoel
– je mag nooit je voeten leggen op de nieuwe stoel van een ander
– ik waarschuw je: doe die voeten weg

Wel zou je zeggen:
– ik ben bang dat mijn nieuwe stoel vuil wordt op die manier
– ik vind het vervelend om te zeggen, maar dit zijn nieuwe stoelen en ik zou het niet leuk vinden als ze vuil zouden worden.
(voorbeeld uit het boek).

Dit zijn reacties waar geen oplossing, bedreiging of advies achter schuilt. Ze beschrijven enkel hoe jij je voelt bij het gedrag van een ander. Met dit soort boodschappen neem jij de ander serieus, zonder hem te kleineren. Ze kunnen bijgevolg ook geen weerstand of rebellie oproepen. Jij-boodschappen doen dat wel. Volgens de auteur is dit de reden waarom zoveel kinderen zich verzetten of waarom kinderen opgroeien tot onderdanige volwassenen. We zijn het gewoon om te zeggen wat en hoe ze iets moeten doen, zonder hen daar zelf verantwoordelijkheid in te geven. Een interessante visie!

Een vrolijke peuter

Pfieuw, dat is toch gekkenwerk?

Het lijkt veel werk om zo te communiceren, en dat is het in het begin zeker. Je boodschap komt veel sneller en krachtiger over als je gewoon zegt waar het op staat, zou je denken. Ja, met een grote maar. Ik geloof wel in de redenering erachter. De directe, bevelende stijl leidt hier inderdaad vaak tot ‘nee’ of rebellie bij Elli. Het wordt dan een welles-nietes spelletje waarbij er één uiteindelijk wint: jij (je gebruikt je macht “als jij.. dan jij..”) of je kind (je geeft toe). Stoppen met opvoeden gaat er dus in de eerste plaats over om te starten met eerlijk communiceren.

Ik ben er nu zelf heel erg op aan het letten, en eerlijk? Het is niet gemakkelijk! De jij-boodschappen komen toch vaak naar boven, vaak in een verdoken vorm (ik vind dat jij…). Ook is het erg confronterend. Je wordt verplicht om stil te staan bij je eigen gevoelens, en soms denk ik ook: ach waarom maak ik me zo druk? Soms is er echt geen goede reden te bedenken waarom iets niet mag. Dan laat ik het ook vallen.

Ik wil niet opruimen!

Vandaag was het huis een rommelhoop. Duplo, all over the place. De keuken ontploft en de tafel nog niet afgeruimd. Ik bracht Liz naar de onthaalmoeder en gooide het met Elli op een akkoordje. In plaats van te zeuren en vragen of ze nu alsjeblief die duplo wou opruimen, pastte ik de Gordonmethode toe. Het resultaat? Een half uur later had ik de keuken en de tafel gepoetst en de woonkamer gestofzuigd. Elli had zelf al haar duplo opgeruimd – en dat was een hele hoop. 

Het ging er zo aan toe:

ik: Elli, het huis is rommelig. Kijk eens, wil je mama helpen met opruimen? 
E: kijkt niet, en doet haar ding 
ik: op ooghoogte Elli, ik wil je iets belangrijks vragen. Kijk eens naar mij.
E: kijkt me in de ogen
ik: het huis is heel rommelig, kijk, de keuken is vuil, de tafel is vuil, en er ligt overal speelgoed. Zoveel rommel vindt mama niet fijn. Mama zal de keuken en de tafel afruimen. Dat is heel veel werk. Wil jij ondertussen de blokken opruimen?
Elli: oké mama! ik ruim de blokken op, en jij de keuken? 
ik: ja prima

Ze ging enthousiast aan de slag. Het was best veel, halverwege wou ze stoppen en zei ze: nee mama opruimen. Ik ging samen met haar naar de doos waar ze alle blokken in verzamelde, en moedigde haar aan.

ik: Kijk eens, je doos is al bijna vol! Wil je de rest nog opruimen? Mama is ook bijna klaar. 
Elli: ja ik ben ook bijna klaar!

En de rest deed ze zelf. Het huis was proper. Ik had niet moeten zeuren of me opboeien, kon zelf rustig mijn werk doen terwijl zij bezig was. Win-win! En trots dat ze was, dat alles opgeruimd was!

Meer lezen?

In het boek Luisteren naar Kinderen staan enorm veel voorbeelden over allerhande situaties. Het gaat niet alleen over ik- en jij-boodschappen, maar ook over hoe je op zo’n manier luistert naar je kind, dat het zelf tot een oplossing komt. Een derde belangrijk thema gaat over de machtsstrijd tussen opvoeder en kind. Zoals ik eerder zei, ik heb het nog niet helemaal uit. Wellicht komt er nog een vervolg op deze blog!

Volg me op Instagram: